Vermogen & opwarmtijd

Vermogen & opwarmtijd

Vier berekeningen rond het verwarmingsvermogen van je ketel. Vul per blok de velden in; het resultaat verschijnt direct.

1. Opwarmtijd van de ketel
2. Vermogen → destillaatstroom
3. Destillaatstroom → vermogen
4. Dampsnelheid

Toelichting

De opwarmtijd volgt uit massa × soortelijke warmte × temperatuurverschil, gedeeld door het vermogen. De doeltemperatuur (het kookpunt van de wash) wordt automatisch bepaald uit het alcoholpercentage. Reken in de praktijk op 10–20% langer door warmteverlies van de ketelwand.

De destillaatstroom volgt uit de verdampingswarmte van het damp­mengsel: hoe sterker het destillaat, hoe minder energie er per liter nodig is (ethanol verdampt bijna drie keer zo makkelijk als water). Ook hier geldt: verliezen niet meegerekend, dus de werkelijke stroom ligt iets lager.

Effectief vermogen

Elementen leveren zelden precies hun opgegeven wattage en een deel van de warmte verdwijnt via de ketelwand. Wil je het werkelijk effectieve vermogen weten, meet dan de destillaatstroom en gebruik blok 3 omgekeerd: de uitkomst is wat er netto in je ketel terechtkomt.

Dampsnelheid

Blok 4 rekent uit hoe snel de damp door een buis of kolom met de opgegeven binnendiameter stroomt, bij het opgegeven netto vermogen. De sterkte van de damp bepaalt de dichtheid en verdampingswarmte; gerekend wordt met normaaldruk (1013,25 hPa).

Richtwaarde: in een gevulde refluxkolom (SPP, Raschig-ringen) ligt het werkgebied grofweg tussen 0,3 en 0,6 m/s; ruim daarboven kan de kolom verzuipen (flooding). Voor de lyne arm van een potstill is de snelheid veel minder kritisch.