Wil je weten hoeveel water je moet toevoegen om je alcohol te verdunnen,
vermenigvuldig dan de hoeveelheid sterke drank met (sterk/zwak) - 1
bijv.: om 2 L van 75% te verdunnen naar 40% moet je
2 x ((75/40)-1) = 1,75 L water toevoegen
Wil je weten hoeveel alcohol je moet gebruiken om een bekende hoeveelheid te maken,
vermenigvuldig dan de gewenste hoeveelheid met (zwak/sterk)
bijv.: om 1,125 L van 40% te maken met drank van 75%, gebruik je
1,125 x (40/75) = 0,6 L van de 75%-drank en vul je aan tot 1,125 L
met water.
Proof of % ABV?
Er zijn verschillende manieren om alcoholsterkte aan te geven. Deze app houdt overal
% ABV aan (Alcohol By Volume, het volumepercentage). Daarnaast bestaat "proof",
een oudere maat.
In de VS geldt een eenvoudige verhouding: proof = 2 × % ABV. Dus 100 proof = 50% ABV,
en 180 proof = 90% ABV.
In het VK werd bij wet uit 1816 een andere definitie vastgelegd (100-proof drank weegt
12/13 van hetzelfde volume zuiver water bij 51 °F). Daardoor viel het Britse systeem
anders uit, bijvoorbeeld: 100 proof (VK) = 57,06% ABV, en 100 proof (VS) = 87,6 proof (VK).
Het Britse proof-systeem is tegenwoordig niet meer in officieel gebruik; sterkte wordt daar
nu ook in % ABV uitgedrukt. De Amerikaanse proof (2 × % ABV) is nog wel in gebruik.
Herkomst van de term. "Proof" stamt uit de tijd dat men met een simpele test wilde
"bewijzen" dat drank genoeg alcohol bevatte: er werd wat drank over buskruit gegoten en
aangestoken. Brandde het gelijkmatig en ontstak het buskruit, dan was de drank op sterkte
(proved) — dat heette 100 proof. Bij te weinig alcohol was het buskruit te nat om te
ontsteken. Later verving een geijkte hydrometer deze test; zo ontstonden ook de termen
"under-proof" en "over-proof".